RECENTE PUBLICATIES

BIBLIOTHEEK

In een handomdraai een helder overzicht van de honderden artikelen in onze bibliotheek.

» Uitgebreid zoeken

ACTUALITEITEN

  • ‘Er moet een beroepscode voor commissarissen komen’
    AMSTERDAM - De samenstelling, het functioneren en de verantwoording van RvC’s laten nog veel ruimte voor verbetering, zo blijkt uit het jaarlijkse Nationale Commissarissen Onderzoek van de Erasmus Universiteit. Onderzoekers Auke de Bos en Mijntje Lückerath-Rovers adviseren daarom dat er een speciale beroepscode voor commissarissen komt, die periodiek wordt getoetst.
    De resultaten werden gepresenteerd tijdens de Dag van Commissarissen en Toezichthouders medio januari. Het tweetal constateert tevens dat commissaris een vrij beroep is en vragen zij zich af hoe de beroepsgroep optimaal vorm kan geven aan de taakinvulling. In een beroepscode kunnen de profielschets, de evaluaties en de consequenties van de uitkomsten van de evaluaties worden geregeld.

    Toezicht voor wie?
    In het Nationale Commissarissen Onderzoek, dat in samenwerking met het Nederlands KennisCentrum voor Commissarissen (NKCC) wordt uitgevoerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam, stond dit jaar de samenstelling en het functioneren van de RvC en RvT centraal. De onderzoekers signaleerden wezenlijke verschillen in opvatting onder commissarissen bij de diverse organisaties, met name wat betreft de optimale samenstelling van de raad en over de stakeholders voor wie men toezicht houdt.
    Dat heeft veel te maken met het feit veel economische sectoren zijn onderzocht, van familiebedrijven, woningcorporaties, zorginstellingen, beursgenoteerde en tot niet-genoteerde vennootschappen. De meeste commissarissen noemen de werknemers als voornaamste categorie (72 procent). Bij beursfondsen is dit 87 procent maar bij woningcorporaties 63 procent. Tweederde van de respondenten vindt dat commissarissen een maatschappelijke taak hebben en dus toezicht houden voor de maatschappij in zijn geheel. Zorginstellingen en woningcorporaties zetten de maatschappij echter op de eerste plaats. Gemiddeld vinden zes van de tien toezichthouders de klanten de belangrijkste doelgroep van het toezicht; de aandeelhouder komt op de vierde plaats met 56 procent. Beursgenoteerde vennootschappen zetten echter de aandeelhouder met 97 procent helemaal vooraan.
    Bij verreweg de meeste organisaties is de achtergrond van de toezichthouders een andere dan die van de stakeholders. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de twee groepen elkaar goed kennen. Onderzoekers De Bos en Lückerath raden RvC’s aan meer contact te zoeken met stakeholders, vaker de werkvloer op te gaan en met klanten te spreken.

    Gebrekkige evaluatie
    Een andere opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is dat bij de meeste organisaties de consequenties van de evaluatie niet schriftelijk zijn vastgelegd; slechts elf tot maximaal 27 procent doet dit. Anderen verlaten zich op ongeschreven regels. Tien tot twintig procent weet niet welke consequenties zijn verbonden aan de evaluaties.

    Wat Raden wordt aangeraden:
    1.    Zoek actief contact met stakeholders;
    2.    Bepaal harde en zachte criteria voor onafhankelijkheid;
    3.    Beperk de zittingstermijn om afhankelijkheid te voorkomen;
    4.    Neem criteria voor diversiteit op in de profielschets;
    5.    Schakel bij selectie externe deskundigheid in;
    6.    Maak ruimte voor de toegenomen tijdsbesteding;
    7.    Evalueer met individuele leden;
    8.    Betrek een onafhankelijke derde bij de evaluatie.

Meer nieuws