RECENTE PUBLICATIES

BIBLIOTHEEK

In een handomdraai een helder overzicht van de honderden artikelen in onze bibliotheek.

» Uitgebreid zoeken

ACTUALITEITEN

  • RvC niet verplicht te bemiddelen bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders
    AMSTERDAM - De raad van commissarissen (RvC) heeft geen verplichting om een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders. De RvC is daarover aan de aandeelhouders ook geen verantwoording verschuldigd. Dit heeft de Hoge Raad op 9 juli jl. bepaald in de cassatiezaak rond ASM International (ASMI). ASMI verzocht de Hoge Raad de beschikking van de Ondernemingskamer (OK) van augustus 2009 tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de chipmachinefabrikant te vernietigen. De Hoge Raad heeft ASMI hierin in het gelijk gesteld en heeft de zaak terugverwezen naar de OK. De Hoge Raad heeft vrijwel alle inhoudelijke gronden van de OK om een onderzoek in te stellen verworpen. Bovendien komt de Hoge Raad tot het harde oordeel dat de conclusie van de OK (vrijwel) uitsluitend was gebaseerd op de stellingen van de verzoeker tot het onderzoek, de Britse institutionele belegger Hermes, ‘zonder dat zij kenbaar rekening heeft gehouden met hetgeen van de zijde van ASMI hiertegen is ingebracht’. De OK was in 2009 van oordeel dat de RvC van ASMI tekort schoot in de bemiddeling bij een conflict tussen het ASMI-bestuur en aandeelhouders Hermes en Fursa die toentertijd al 3,5 jaar duurde. Volgens de Hoge Raad volgt uit de wettelijke taakopdracht van de RvC echter niet dat de RvC een dergelijke bemiddelingsplicht heeft. De Hoge Raad vindt dat commissarissen de vrijheid moeten hebben ‘om van geval tot geval een afweging te maken of rechtstreeks contact met de aandeelhouders en/of bemiddeling tussen aandeelhouders en bestuur wenselijk is in het belang van de vennootschap’. De Hoge Raad deed verder de stelling van de OK dat de externe aandeelhouders van ASMI (zoals Hermes) nauwelijks invloed op het beleid van ASMI hebben kunnen uitoefenen af als ‘blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting’. Het is namelijk aan het bestuur, onder toezicht van de RvC, om te beoordelen of, en in hoeverre, het wenselijk is over de strategie en het beleid in overleg te treden met externe aandeelhouders. De Hoge Raad bevestigde hiermee de ‘ABN AMRO-beschikking’ uit 2007 dat de te volgen ondernemingsstrategie in beginsel een aangelegenheid van het bestuur is. De Hoge Raad heeft verder bepaald dat de beschermingsstichting van ASMI door het enkele optrekken van de beschermingsconstructie (met als gevolg dat zij grootaandeelhouder werd) niet direct kwalificeert als ‘medebeleidsbepaler’ van ASMI. De stichting kan in dat geval ook geen onderwerp van het enquêterecht en dus het onderzoek zijn.

Meer nieuws